20:30 uur - Voordat ik uiteindelijk naar de ICU werd gebracht, werd ik met bed en al nog een keertje naar Bram gebracht, daarvan zijn ook nog foto's te vinden. Ze hadden inmiddels ook een paar polaroids gemaakt, die had ik vanaf dat moment continu bij me en iedereen moest ze bekijken van mij, of ze wilden of niet. Het mooie was (waarschijnlijk het meest voor mij dan) dat ik zo suf was dat ik niet wist wie ze wel en niet gezien had, dat ik dus ook steeds maar iedereen vroeg of ze ze wilden zien, sommigen waren dan ook meermalen slachtoffer ;)
4 juni 2001 - Op maandagmiddag, na 24 uur op de ICU, mocht ik ondanks dat ik nog erg zwak was vanaf de ICU naar de gewone kraamafdeling. Ik kreeg daar mijn eigen kamer, dat is erg fijn, want dan kun je helemaal met zijn drieën zijn. Bram mocht er vanaf dinsdag (toen is hij van de kinderintensive-care afgekomen) ook steeds bij me zijn, hij moest alleen af en toe naar de nursery voor de dagelijkse beoordeling, standaard zolang pasgeboren kinderen in het ziekenhuis verblijven.
Zodra ik aangekomen was op die afdeling, ben ik met de rolstoel naar Bram gebracht die dus nog eventjes op de kinderintensive-care een paar onderzoeken af moest wachten. Ik was niet bekwaam, maar tegelijk ook niet te houden, wel grappig eigenlijk. Na mijn bezoekje aan Bram was ik met Erik nog even naar de afdeling gegaan waar ik binnen was gekomen, om de verpleegsters daar te laten zien dat ik al een stuk beter was. Daar was ook de vrouw van wie we de zwangerschapscursussen hadden gehad, die was ook behoorlijk geschrokken toen ze het verhaal van collega's had gehoord. Ze had wel dienst gehad tijdens het valse alarm...
Toen ik weer op mijn kamer was, werd ik enigszins platgespoten omdat ik wel rust moest nemen en eigenlijk wilde ik dat inmiddels wel. Erik is die avond heel lang gebleven. Achteraf hoorde ik dat hij de hele week eigenlijk amper heeft geslapen, want hij kwam heel laat thuis, werkte de website nog bij, belde en mailde, sliep wat, en werd vervolgens al weer vroeg in de ochtend wakker gebeld, moest ook de katten verzorgen en wilde dan alleen nog maar naar het ziekenhuis toe, waar hij 24 uur mocht zijn als hij wilde.
5 juni 2001 - Dinsdags kregen we al bezoek van onder andere Michael-Dennis, van Ina en Coreen. Dat was natuurlijk erg leuk, want we zijn vanaf het begin apetrots op ons ventje, zoals het kersverse ouders betaamt. Woensdag kregen we ook bezoek en wel van twee collega's van Erik: Abel-Jan en Alex.
Dat die mensen op bezoek kwamen deed ons uiteraard heel veel goed, we konden zo ons verhaal nog eens doen en zowiso was het gezellig om mensen te zien. Verder hebben we heel veel uitgerust en zijn er heel veel specialisten langs geweest: diverse gynaecologen, internist, voedingsdeskundigen, een geneticus en allerlei ander verplegend personeel. Het was eigenlijk best druk.
We hebben ook een positief verschil ondervonden met Nederlandse ziekenhuizen. Waar in Nederland zo weinig personeel is dat er amper tijd is om het verplegende werk te doen, hebben ze hier juist heel erg veel personeel. Hierdoor hebben de verpleegsters ook tijdens hun dienst tijd om een praatje met je te maken en als je wat extra hulp nodig hebt, dan kunnen ze die ook aan je geven. Daardoor is de sfeer ook heel rustig en je merkt ook eigenlijk aan alle verpleegsters dat ze ook met heel veel toewijding hun werk doen. Een verpleegster heeft tijdens een nacht dat ik het erg moeilijk had bijvoorbeeld een hele poos zitten kletsen en steeds koppen thee voor me gemaakt. Een andere van de kinderintensive care had maandagavond na haar dienst samen met Bram nog een bezoekje aan mij gebracht omdat ik het zo verschrikkelijk vond dat hij niet bij me mocht blijven, etc. Daarnaast lopen er hier in het ziekenhuis voor allerlei dingen ook vrijwilligers rond, die ontlasten het gewone personeel ook, waardoor ze nog meer energie in hun patiënten kunnen steken.
Hier word je in het ziekenhuis namelijk helemaal voorbereid op de zorg voor je kindje, dus is er daarvoor redelijk intensieve begeleiding. Daarnaast had ik meer onderzoeken dan gebruikelijk omdat allerlei lever- en nierfuncties nauwlettend in de gaten gehouden worden, ik was op een gegeven moment helemaal bont en blauw van het bloed prikken. Verder zijn elke dag de gynaecoloog en de internist en de kinderarts langs geweest. Voor onderzoek, toelichting en begeleiding. Dat was allemaal heel goed. Van de gynaecologen hoor je dan vaak hun ervaringen weer en dat maakte wel extra indruk op ons. Natuurlijk hadden we op zondag al wel door dat het helemaal niet goed was, maar het maakte toch wel heel wat indruk dat we te horen kregen dat de ervaringen met AFLP zoals ze die met mij hadden erg uniek was in die zin dat ik het überhaupt had overleefd, waarschijnlijk zelfs geen levertransplantatie nodig zou hebben, en dat ook Bram er was.
Daarnaast zijn er nog heel wat specialisten langs geweest, die ons meer konden vertellen over Bram en waar we rekening mee moesten houden aangaande zijn ontwikkeling. Het was al snel duidelijk dat we niets hadden kunnen doen om Down te voorkomen, het is ook niet te genezen. We zitten niet in een risicogroep (de kans neemt toe als je ouder wordt, maar wij zijn nog jong). Pech hebben dus, een speling van het lot. Het zal zeker voor Bram nog wel gevolgen voor zijn ontwikkeling hebben, maar eigenlijk zullen we daar de komende jaren pas achterkomen in hoeverre het zich bij hem openbaart.
Verder ging het met mij elke dag stukken beter, ik kon steeds beter lopen, nam steeds minder pijnstillers en mocht uiteindelijk kiezen of ik op vrijdag al naar huis wilde of liever nog een weekje wilde blijven. Normaal moet je hier na 4 dagen na een keizersnede naar huis. Aangezien ik het gevoel had thuis het snelste op te knappen had ik daar maar voor gekozen, al wist ik niet helemaal zeker of het wel goed was. Het was een hele geruststelling dat er op maandag al een verpleegster zou komen kijken hoe Bram en ik het deden. We zijn dus uiteindelijk vrijdagmiddag naar huis gegaan.
Thuis zijn bleek inderdaad het middel om een beetje verder op te knappen.
© Wilma & Erik van de Pol, 2000-2008