e-mail afdrukken English |
Week 37 - ziekenhuisHet ziekenhuisverblijf
Toen ik weer op mijn kamer was, werd ik enigszins platgespoten omdat ik wel rust moest nemen en eigenlijk wilde ik dat inmiddels wel. Erik is die avond heel lang gebleven. Achteraf hoorde ik dat hij de hele week eigenlijk amper heeft geslapen, want hij kwam heel laat thuis, werkte de website nog bij, belde en mailde, sliep wat, en werd vervolgens al weer vroeg in de ochtend wakker gebeld, moest ook de katten verzorgen en wilde dan alleen nog maar naar het ziekenhuis toe, waar hij 24 uur mocht zijn als hij wilde.
Dat die mensen op bezoek kwamen deed ons uiteraard heel veel goed, we konden zo ons verhaal nog eens doen en zowiso was het gezellig om mensen te zien. Verder hebben we heel veel uitgerust en zijn er heel veel specialisten langs geweest: diverse gynaecologen, internist, voedingsdeskundigen, een geneticus en allerlei ander verplegend personeel. Het was eigenlijk best druk. We hebben ook een positief verschil ondervonden met Nederlandse ziekenhuizen. Waar in Nederland zo weinig personeel is dat er amper tijd is om het verplegende werk te doen, hebben ze hier juist heel erg veel personeel. Hierdoor hebben de verpleegsters ook tijdens hun dienst tijd om een praatje met je te maken en als je wat extra hulp nodig hebt, dan kunnen ze die ook aan je geven. Daardoor is de sfeer ook heel rustig en je merkt ook eigenlijk aan alle verpleegsters dat ze ook met heel veel toewijding hun werk doen. Een verpleegster heeft tijdens een nacht dat ik het erg moeilijk had bijvoorbeeld een hele poos zitten kletsen en steeds koppen thee voor me gemaakt. Een andere van de kinderintensive care had maandagavond na haar dienst samen met Bram nog een bezoekje aan mij gebracht omdat ik het zo verschrikkelijk vond dat hij niet bij me mocht blijven, etc. Daarnaast lopen er hier in het ziekenhuis voor allerlei dingen ook vrijwilligers rond, die ontlasten het gewone personeel ook, waardoor ze nog meer energie in hun patiënten kunnen steken.
Daarnaast zijn er nog heel wat specialisten langs geweest, die ons meer konden vertellen over Bram en waar we rekening mee moesten houden aangaande zijn ontwikkeling. Het was al snel duidelijk dat we niets hadden kunnen doen om Down te voorkomen, het is ook niet te genezen. We zitten niet in een risicogroep (de kans neemt toe als je ouder wordt, maar wij zijn nog jong). Pech hebben dus, een speling van het lot. Het zal zeker voor Bram nog wel gevolgen voor zijn ontwikkeling hebben, maar eigenlijk zullen we daar de komende jaren pas achterkomen in hoeverre het zich bij hem openbaart. Verder ging het met mij elke dag stukken beter, ik kon steeds beter lopen, nam steeds minder pijnstillers en mocht uiteindelijk kiezen of ik op vrijdag al naar huis wilde of liever nog een weekje wilde blijven. Normaal moet je hier na 4 dagen na een keizersnede naar huis. Aangezien ik het gevoel had thuis het snelste op te knappen had ik daar maar voor gekozen, al wist ik niet helemaal zeker of het wel goed was. Het was een hele geruststelling dat er op maandag al een verpleegster zou komen kijken hoe Bram en ik het deden. We zijn dus uiteindelijk vrijdagmiddag naar huis gegaan. Thuis zijn bleek inderdaad het middel om een beetje verder op te knappen. © Wilma & Erik van de Pol, 2000-2008 |